Begrippenlijst

In deze begrippenlijst een aantal veelvoorkomende begrippen en termen die worden gebruikt in relatie tot VDSL en VDSL2.

  • 3-in-1-pakket – Zie Triple Play.
  • ADSL - Asymmetric Digital Subscriber Line. NB: Wordt soms ook Asymmetrical Digital Subscriber Loop genoemd. Een techniek dat digitaal dataverkeer over een standaard (koperen) telefoonlijn mogelijk maakt. ADSL wordt asymmetrisch genoemd omdat de snelheid waarmee informatie kan worden binnengehaald groter is dan de snelheid waarmee informatie kan worden verstuurd. M.a.w. de downstream verloopt sneller dan de upstream. De totale doorvoersnelheid van informatie bestaat uit een optelsom van de upload en de download.
  • ADSL2 - ADSL2 is de tweede generatie ADSL. Met ADSL2 is een grotere doorvoersnelheid van informatie mogelijk dan bij ADSL.
  • ADSL2+ – ADSL2+ is een verbeterde versie van ADSL2. Bij ADSL2+ is een grotere doorvoersnelheid van informatie mogelijk dan bij ADSL2. Deze toename van snelheid wordt bewerkstelligd door een vergroting van het (frequentie)spectrum waarbinnen gewerkt kan worden.
  • ATM - Asynchronous Transfer Mode. Een DSL techniek voor snelle netwerken. ATM wordt gebruikt in de telefonie en is gebaseerd op Cell Relay. Er worden met hoge snelheid informatie-eenheden van een vaste lengte verstuurd. Hierdoor is er een vaste bandbreedte per gebruiker beschikbaar.
  • Breedband - De term breedband wordt gebruikt in relatie tot een (internet) netwerk met een zogenaamde “snelle verbinding”. Deze snelle verbinding duidt op een grote hoeveelheid informatie die per seconde kan worden verzonden of ontvangen, uitgedrukt in kilobits of megabits per seconde( Kbit/s of Mbit/s). NB: Men spreekt van breedband wanneer er een minimale downloadsnelheid gehaald wordt van 256 Kbit/s.
  • Cell Relay – Bij cell relay worden cellen (informatiepakketten/-eenheden van vaste grootte) verstuurd wat dataverkeer op hoge snelheid mogelijk maakt.
  • Downloaden - Het binnenhalen van informatie door de eindgebruiker.
  • Downloadsnelheid – zie downstream.
  • Downstream – De hoeveelheid informatie (in bits of bytes) die men per seconde kan ontvangen/binnenhalen.
  • DSL - Digital Subscriber Line. Een datacommunicatietechniek die gebruikt maakt van een dubbeldraads koperdraadverbinding voor dataverkeer met relatief hoge snelheden.
  • DSL Modem – Modem is een samentrekking van de woorden MOdulator en DEModulator. Een modem maakt een informatiesignaal geschikt voor transport over een kanaal. Dit kanaal kan een fysieke kabel zijn, maar het kan ook gaan om draadloze verzending van het betreffende signaal. Een modem “vertaald” daarbij de verzonden informatie zodanig dat deze herkenbaar wordt voor de ontvanger.
  • DSL Splitter – Een splitter wordt gebruikt wanneer er meerdere signalen via hetzelfde kanaal worden verstuurd. De splitter scheidt deze signalen zodat de afzonderlijke functies elkaar niet storen. Bij de DSL techniek wordt het digitale DSL signaal over een analoge telefoonlijn gestuurd terwijl deze zelfde lijn ook gebruikt wordt voor het standaard signaal voor het bellen. Een splitter splitst het kanaal in één band voor de internetverbinding en één voor het telefoonverkeer.
  • Effectieve downloadsnelheid – Hoewel er vaak geadverteerd wordt met de maximale snelheid van de verschillende datacommunicatietechnieken, wordt deze hoogst haalbare doorvoersnelheid in de praktijk vaak niet gehaald. De kwaliteit van het signaal is afhankelijk van de fysieke kwaliteiten van de gebruikte lijn, evenals de afstand waarover het signaal getransporteerd moet worden. Daardoor ligt de werkelijke (effectieve) downloadsnelheid voor de eindgebruiker vaak lager dan de maximale downloadsnelheid.
  • Fiber - Zie Glasvezel
  • FTTB - Fiber To The Building. Glasvezelnetwerk tot aan een gebouw. NB: Het betreft in dit geval een aansluiting tot de technische ruimte van een bedrijfspand.
  • FTTC - Fiber To The Curb. Glasvezelnetwerk tot aan de wijkverdeler / wijkcentrale.
  • FTTCab - Fiber To The Cabinet. Zie FTTN
  • FTTH - Fiber To The Home. Zie Glasvezelaansluiting.
  • FTTK - Fiber To The Kerb. Zie FTTC.
  • FTTN - Fiber To The Node / Fiber To The Neigbourhood. Glasvezelverbindingen tussen de grote centrales.
  • FTTO - Fiber To The Office.
  • FTTP - Fiber To The Premises. FTTP wordt gebruikt wanneer er sprake is van een combinatie van FTTB en FTTH of wanneer het onderscheid tussen deze twee niet relevant is.
  • FTTX - Fiber To The X. FTTX is de verzamelterm voor alle type aansluitingen op het glasvezelnetwerk dat op den duur zowel de koperen als de coaxiale netwerken zal vervangen.
  • Full Duplex – Een (DSL)communicatietechniek met gelijke doorvoersnelheden voor zowel de upstream als de downstream. Zie ook SDSL.
  • Glasvezel – Glasvezel is een zeer dunne vezel gemaakt van optisch zeer helder glas. In de telecommunicatie wordt glasvezel gebruikt als een optische vezel. Via een optische vezel kan informatie in de vorm van licht(pulsen) over zeer grote afstanden worden getransporteerd. Door de interne reflectie van het glas kan het licht de vezel niet verlaten.
  • Glasvezelaansluiting – Een glasvezelaansluiting is een directe (glasvezel)verbinding tussen de meterkast van een woning en het glasvezelnetwerk. Het laatste stuk tussen de wijkcentrale/wijkverdeler bestaat dan ook uit glasvezel.
  • Glasvezelkabel – Een glasvezelkabel bestaat uit een bundel van glasvezels. Glasvezelkabels worden net als de traditionele telefoonkabels gebruikt voor telecommunicatie en dataverkeer op grote schaal, met dat verschil dat via glasvezel informatie sneller doorgevoerd wordt. Onder andere in Nederland wordt er een glasvezelnetwerk aangelegd dat op den duur het traditionele (koperen) telefoonnetwerk zal gaan vervangen.
  • HDSL – High Data Rate Digital Subscriber Line. DSL technologie waarbij gebruik wordt gemaakt van een of meer getwiste paren voor het leveren symmetrische snelheden van het dataverkeer in beide richtingen (symmetrische up- en downstream)
  • HDSL2 - HDSL2 is de tweede generatie HDSL.
  • IDSL - ISDN DSL / Integrated Services Digital Network DSL / Integrated Services Digital Network Digital Subscriber Line. Een combinatie van de ISDN- en de DSL techniek. Deze DSL variant kan over een ISDNlijn van maximaal 15 kilometer een overdrachtssnelheid van 144 Kbps v. 128 Kbps realiseren. NB: IDSL wordt meestal enkel ingezet voor dataverkeer en niet voor telefonie.
  • Internetprovider - Aanbieder van internetdiensten.
  • ISDN - Integrated Services Digital Network. Voor de ISDN technologie wordt gebruik gemaakt van de gewone traditionele telefoonkabels die gebruikt worden voor het analoge telefoonverkeer. Met ISDN wordt echter een digitaal signaal verstuurd wat veel hogere transmissiesnelheden mogelijk maakt.
  • Mbit/s – Mbit/s is een eenheid waarin de snelheid van informatieoverdracht in megabits per seconde wordt aangeduid. Met andere woorden: het aantal bits aan informatie dat per seconde kan worden doorgevoerd. NB: Mbit/s wordt vaak aangegeven als Mb. Bijvoorbeeld: 20Mb=20Mbit/s
  • Mbps – Zie Mbit/s
  • Kbit/s – Kbit/s is een eenheid waarin de snelheid van informatieoverdracht in kilobits per seconde wordt aangeduid. Met andere woorden: het aantal bits aan informatie dat p